Netwerk Groene Bureaus

ngb_009168
brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging

De leden van het Netwerk Groene Bureaus hebben met elkaar ongeveer 860 medewerkers in dienst, in totaal 640 fte. Het aantal fte groeide in 2009 met 11,9%. Het aantal fte in vaste dienst groeide met 9,6%.

In 2009 werd ongeveer 100 fte in vaste dienst aangenomen en vertrok 45 fte in vaste dienst. Van de in totaal 640 fte is 92% (zo'n 590 fte) in vaste dienst. In 2009 liep het gemiddeld aantal uren per medewerker op van 29,9 naar 30,8 uur per week.

Van de medewerkers van de bureaus heeft 31% een opleiding op HBO-niveau, Ongeveer 63% heeft een academisch opleiding. Veertig medewerkers zijn gepromoveerd, aan het promoveren of lector. De leden van het Netwerk produceren met elkaar zo'n vijftig wetenschappelijke artikelen per jaar.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken gaat een onafhankelijke review uitvoeren op de GaN, met als doel na te gaan of verzelfstandiging al mogelijk is. De visie van partijen op de ontwikkeling van de GaN en van NDFF/Ecogrid vormt daarvoor de basis.

Het doel van de review is om met direct betrokkenen de balans op te maken en vooruit te kijken: hoe ver is de GaN gekomen, wat zijn de sterke en zwakke punten en wat zijn de aandachts- en verbeterpunten voor de komende tijd om de kans van slagen nog verder te vergroten.

De GaN heeft ook het Netwerk uitgenodigd om zijn visie op de GaN te geven. Andere uitgenodigde partijen zijn o.m. medewerkers van de GaN zelf, de PGO's en partijen die gegevens gebruiken en toeleveren.

Het Netwerk Groene Bureaus organiseerde op 23 juni 2010 een themabijeenkomst over de mogelijkheden die de 'leefgebiedenbenadering' biedt voor de naleving van de Ff-wet bij veel voorkomende streng beschermde soorten zoals bijvoorbeeld rugstreeppad, gewone dwergvleermuis, grote modderkruiper en bittervoorn. Aanleiding voor de bijeenkomst is de maatschappelijke weerstand die bureaus soms ervaren bij advisering over de Ff-wet vanwege het benodigde onderzoek. De leefgebiedenbenadering biedt voor een aantal soorten mogelijk een oplossing.

Het Netwerk, de Zoogdiervereniging en de GaN hebben overlegd met de Dienst Landelijk Gebied en de Dienst Regelingen over de handhaving van het vleermuisprotocol. Binnen DLG blijken regio's verschillend om te gaan met advisering over de ontheffingaanvragen waarbij onderzoek niet volgens het protocol is uitgevoerd of waarvan de afwijkingen van het protocol onvoldoende beargumenteerd zijn. Binnen DLG wordt gewerkt aan een meer uniformere benadering bij het voorschrijven van het vleermuisprotocol.

Het Netwerk Groene Bureaus is formeel vertegenwoordigd in de NEN subcommissie 390 147 05 Aquatische ecologie. Het werkgebied van de NEN subcommissie omvat de normalisatie van methoden voor het bemonsteren en determineren van watermonsters (zoet water en marien water) ter vaststelling van de biologische kenmerken. Ecotoxicologische aspecten vallen buiten het werkveld van deze commissie.

Nederland kent nationale monitoringsprogramma's voor het vaststellen van de ecologische toestand in de Nederlandse wateren. Voor een goede datauitwisseling is het wenselijk dat het bemonsteren en determineren van hydrobiologische parameters nationaal op eenzelfde manier plaatsvindt. Met het oog op de Europese Kaderrichtlijn Water, is de ontwikkeling van geharmoniseerde normen op Europees niveau gewenst. De activiteiten in de NEN-commissie zijn relevant voor o.a. de overheid (beleid, handhaving) waterschappen en de drinkwatersector.

Het Netwerk Groene Bureaus denkt mee over de ontwikkeling en beoordeling van biologieopleidingen. Het Netwerk neemt deel aan een 'werkveldcommissie' die zich buigt over de ontwikkelingen binnen de biologie opleiding van Wageningen Universiteit en de koers voor de opleiding op de lange termijn. Ook heeft het Netwerk neemt zitting in een panel van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) ter beoordeling van een nieuw te starten hbo-bacheloropleiding Toegepaste Biologie aan de Christelijke Agrarische Hogeschool, locatie Almere.