Netwerk Groene Bureaus

ngb_009168
brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging

2 nov 2016

De provincie Drenthe organiseerde op 2 nov 2016 een bijeenkomst voor leden van de Provinciale Staten over de Wet natuurbescherming. Het Netwerk Groene Bureaus ging in op de uitwerking van de taken uit de Wet natuurbescherming door de provincie.

Met de bijeenkomst konden statenleden kennis nemen van de standpunten van meerdere stakeholders over de uitwerking van de taken uit de Wet natuurbescherming door de provincie: Dierenbescherming, Faunabeheereenheid, KNJV, LTO, Netwerk Groene Bureaus, Staatsbosbeheer en Vereniging Drentse Boermarken.

Het Netwerk Groene Bureaus werd vertegenwoordigd door Margreet ter Steege (Buro Bakker) en Wim Heijligers (Tauw). De inbreng van het Netwerk Groene Bureaus is hieronder opgenomen. Daarnaast werd in gesprekken met statenleden het belang van een actieve rol van de provincie op het gebied van toezicht en handhaving. Aandacht werd gekregen voor het feit dat noch gemeenten, noch provincie zich momenteel afvragen of aanvragen eigenlijk wel compleet zijn, of het aspect van de flora- en fauna wel meegenomen is.

De inbreng van het Netwerk Groene Bureaus

Onze rol
De leden van het NGB leveren op verzoek de kennis en ervaring die nodig is voor een goede kwaliteit van de besluitvorming in het kader van de Wnb. Het gaat vooral om besluiten over het samengaan van natuur en andere maatschappelijke activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.
Groene bureaus staan voor objectieve en onafhankelijke advisering. Ons enige belang is integere advisering en kwaliteit van besluitvorming. Wij zijn geen natuurbeschermers, maar ook geen facilitators van natuurschadelijke ontwikkelingen. Wij staan tussen de partijen maar zijn zelf geen partij. Wij vertalen de vaak ingewikkelde juridische regels naar de praktijk en de behoefte aan ecologisch maatwerk.

Provinciale invulling Wet natuurbescherming doorgaand proces
Het NGB heeft de werkgroep 'Wet natuurbescherming' ingesteld die de implementatie bij alle provincies op de voet volgt. De implementatie is bij veel provincies beleidsarm maar toch verandert er veel. Wij verwachten dat er de komende jaren veel inhoudelijke discussies loskomen over het gebruik van de wet bij de realisatie van provinciale natuurdoelen.

Aandachtspunten voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming
Wij weten natuurlijk niet hoe de provincie Drenthe zijn taken precies gaat uitvoeren maar we geven graag mee dat wij veel ervaring hebben bij de uitvoering van de natuurwetgeving. Onze ervaring is onder meer gebaseerd op de betrokkenheid bij uitvoering van de Flora- en faunawet door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en bij de uitvoering van de Natuurbeschermingswet door de provincies. Het Netwerk had tot voor kort een jaarlijks overleg met de RVO en eerder met de Dienst Regelingen en Dienst Landelijk Gebied. Het NGB is ook voor de nieuwe wet als sparringpartner aanspreekbaar.

Wij zijn ons als Netwerk ervan bewust dat provincies een eigen invulling aan de wet gaan geven. Dat is ook een goede zaak. Het biedt de provincie de kans ergens voor te gaan staan, een eigen invulling aan de wet te geven. Aan de andere kant kan het ook problemen opleveren, als er tussen provincies rechtsongelijkheid ontstaat, met juridisch gedoe als gevolg. Dus differentiatie waar dat kan en afstemming tussen provincies waar dat nodig is. Om maar wat te noemen: het vogelbroedseizoen is nu een vrij duidelijk gegeven. Dat wordt veel ondoorzichtiger. De groene bureaus binnen het NGB kunnen de provincie behulpzaam zijn bij het verkennen van kansen en het behoeden voor valkuilen.

Enkele aandachtspunten bij de taken die op de provincie afkomen:
  • In de eerste plaats biedt de nieuwe wet kansen voor de provincie, bijvoorbeeld om een actief soortenbeleid te gaan voeren voor de soorten van de Rode Lijst.
  • Provincies krijgen de mogelijkheid om voor verschillende gebruiksvormen richtlijnen op te stellen zodat activiteiten mogelijk worden gemaakt maar ook rekening wordt gehouden met wettelijke bescherming.
  • Er komt heel wat op de provincie af. De provincie heeft al de nodige ervaring bij gebiedsbescherming. De verantwoordelijkheid daarvoor neemt alleen maar toe. Provincies gaan alle nieuwe Natura 2000-beheerplannen opstellen.
  • Provincies verlenen al vergunningen voor Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld in het kader van het PAS. De behandelingstermijn wordt krapper. Van maximaal een half jaar nu worden dat 20 weken.
  • Soortenbescherming is een nieuwe tak van sport voor provincies. Per 1 januari 2017 krijgt de provincie de rol van bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. De provincie zal moeten zorgen voor deskundigheid van medewerkers, voldoende personele capaciteit en een lerende organisatie.
  • Omdat de provincie traditioneel veel aandacht voor handhaving heeft verwachten wij dat er meer aanvragen zullen komen dan nu het geval is. Dat vraagt om slimme oplossingen, zoals gebiedsgerichte aanpak, gebiedsontheffingen, soortenmanagementplannen.
  • Ook gemeenten krijgen een grotere rol. Natuurtoestemmingen kunnen worden aangehaakt bij de omgevingsvergunning. De rol van de provincie is dan het beoordelen van een aanvraag om een verklaring van geen bedenkingen. Wij verwachten echter dat veel aanvragen om natuurtoestemming niet via de gemeente lopen, maar dat deze rechtstreeks worden ingediend bij de provincie.
  • Ten slotte: provincie en gemeenten zouden ook op het gebied van de Wet natuurbescherming kunnen samenwerken in het RUD Drenthe.